naar startpagina
"Het schrift vormt enkel de partituur van de aria die de lezer moet zingen." Francisco Umbral
“Het lezen geeft ons toversleutels om diep in ons de deur te openen van vertrekken waar we zelf niet hadden kunnen komen” Marcel Proust
“Men schrijft op louter het puntje van het weten, op het uiterste puntje dat ons weten scheidt van het niet-weten, en dat het een doet overgaan in het ander.” Gilles Deleuze
“Lezen lijkt soms een exercitie om oprechtheid, moraal en waardigheid hoog te houden, juist op grond van het besef dat overal ter wereld voor deze begrippen elke grondslag onverbiddelijk ontbreekt.” Anneke Brassinga
"Voordat ik de krant van vandaag inkijk, moet ik eerst nog even het Oude Testament lezen, het Symposium van Plato, de Odysseia van Homerus, de Metamorfosen van Ovidius en de Koran." Leonard Nolens
de leeswolf,  2007,  nr. 4 / mei
Portret van een waarnemer
Ingo Schulzes universum / door Hilde De Keteleer
Met zijn warrige krullenbol en beminnelijke blik lijkt hij een goedaardige beer, maar Ingo Schulze is een scherpe waarnemer en ook zijn pen kan soms vlijmscherp zijn, in het bijzonder wanneer hij de hypocrisie van een maatschappij of de hebzucht en het opportunisme van individuen laat zien. Tegelijk is hij een schrijver met veel mededogen en met geloof in de mogelijkheden van de mens, zolang die maar niet afglijdt in het doodlopende straatje van het utopisme, iets wat alle DDR-burgers aan den lijve moesten ondervinden.

Ingo Schulze werd in 1962 in Dresden geboren en deed na zijn middelbare studies de gebruikelijke achttien maanden legerdienst. Van 1983 tot 1988 studeerde hij klassieke filologie en germanistiek in Jena. Daarna was hij twee jaar dramaturg bij het theater van Altenburg, waarna hij twee jaar werkte bij het ‘Altenburger Wochenblatt’, dat hij mee oprichtte en dat ontstaan was uit de omwenteling van november 1989. In 1993 gebruikte hij die ervaring en trok hij een halfjaar naar Sint-Petersburg, waar hij het eerste gratis advertentieblad ‘Priwet Peterburg’ oprichtte. Daarna ging hij in Berlijn wonen, waar hij nog altijd werkt en leeft met zijn vrouw en twee dochters, dit jaar tijdelijk onderbroken voor een auteursverblijf in de Villa Massimo in Rome. Schulze kreeg heel wat grote prijzen in Duitsland, waarvan de meeste recente de prijs van de Leipziger Buchmesse voor zijn nieuwste Handy: Dreizehn Geschichten in alter Manier. Sinds 2006 is hij lid van de Akademie der Künste in Berlijn en sinds 2007 ook lid van de Deutsche Akademie für Sprache und Dichtung in Darmstadt.

33 ogenblikken van geluk

In 1995 verscheen bij Berlin Verlag zijn debuut 33 Augenblicke des Glücks (vert. 33 ogenblikken van geluk) en dat was meteen een voltreffer. Het kreeg als ondertitel ‘Aus den abenteuerlichen Aufzeichnungen der Deutschen in Piter’. ‘Piter’ is de in Duitsland gebruikelijke benaming voor Petersburg, en je weet dus meteen waar hij de mosterd voor zijn verhalen haalde. Ook in het hier besproken Neue Leben maakt Schulze gebruik van zijn eigen ervaringen, met name de periode van het ‘Altenburger Wochenblatt. Dat hij uit zijn eigen biografie put, betekent echter geenszins dat zijn verhalen een soort journalistieke verslagen zouden zijn van de dagelijkse realiteit. Integendeel, de fictie is heel prominent aanwezig in zijn oeuvre, het absurde steekt op onverwachte momenten de kop op, in al zijn boeken. Zelf zegt hij over zijn manier van schrijven: “Meestal denk ik in beelden en probeer ik binnen mijn constructie logisch te blijven: als er drie personen opgevoerd worden, wel degelijk drie personen een relatie laten hebben. Rekening houden met de complexiteit van de verhoudingen dus. Maar ik denk niet echt in begrippen. Eén beeld, een constellatie van beelden, is veel ingewikkelder dan een aforisme. Eenduidige interpretatie zou eigenlijk niet mogelijk moeten zijn, iedereen moet er zijn eigen ervaringen aan kunnen meten.” Een van de verhalen uit 33 ogenblikken van geluk heeft ergens een kantelmoment, waar het verhaal naar het utopische afglijdt, tot er uiteindelijk alleen nog maar klanken staan. De inspiratie voor dit procédé haalde Schulze bij de Russische futurist Chlebnikov, die een ‘zaoem-taal’ hanteerde, een spel van klanken dat geacht werd te staan voor rechtstreeks contact met de werkelijkheid. Als het hoofdpersonage van Schulzes verhaal in die zaoem-taal afglijdt, kan hij niet meer communiceren en komt hij in een doodlopend straatje terecht. Hij stamelt alleen nog maar onverstaanbare dingen, en dat staat bij Schulze voor waar utopieën op uitdraaien.

Moskouse conceptualisten

Behoort Ingo Schulze tot een “generatie jonge schrijvers uit de voormalige DDR”, zoals zo vaak beweerd wordt? In een interview in 1996 vertelde hij me dat hij met een aantal auteurs wel dingen gemeen had: “We hebben twee ervaringen en kunnen vergelijken, de wereld ging net open toen wij wilden gaan rondkijken.” En “wat in de jaren ‘60 of ‘70 nog niet kon, kon wel in de jaren ‘80: het was niet altijd gemakkelijk, maar als je wilde kon je Faulkner, Joyce, Proust, Kafka en Canetti krijgen. Cathedral van Raymond Carver verscheen een jaar nadat het in de Bondsrepubliek vertaald was. Carver is mijn onbereikbare ideaal. [...] Ook sommige auteurs uit de Bondsrepubliek, zoals Raoul Schrott en Wolfgang Hilbig, zijn belangrijk voor me, maar ik vind in de Duitse literatuur niet zoveel uitgangspunten als in de Amerikaanse of de Russische. Ik heb me voor 33 Augenblicke des Glücks sterk laten beïnvloeden door de Moskouse conceptualisten, o.m. door Vladimir Sorokin.” Even later vermeldt hij ook Boelgakovs beroemde De meester en Margarita: “Het is een combinatie van sociale satire, een fantasie in de trant van E.T.A. Hoffmann.” Deze grote Duitse literator is ook voor Schulze een inspiratiebron: “In Duitsland was hij slechts de Hoffmann-van-de-spookverhalen, maar in Frankrijk en Rusland kreeg hij veel meer erkenning, waarschijnlijk omdat in hun volkscultuur het carnavaleske, het fantastische veel sterker aanwezig is.” Het voorwoord van Schulze is een spelletje met een gefingeerde uitgever, waarin een tekst van Hoffmann een belangrijke rol speelt. Hoffmann treedt ook op in een van de verhalen, en in de andere verhalen zijn er onderlinge verwijzingen: personages die vanuit twee verschillende standpunten worden uitgebeeld. Het is een beetje de procedure die Uwe Johnson in Vermoedens omtrent Jakob toepaste: hij laat een heleboel stemmen aan het woord en bouwt op die manier een universum bijeen. In al die sprookjes, dromen, brieven, grotesken, notities en prozaminiatuurtjes schetst Schulze met veel fantasie en humor een panopticum van de Russische maatschappij.

Simpele story’s

Schulzes volgende boek verscheen in 1998 en heette Simple Storys: Ein Roman aus der ostdeutschen Provinz (vert. Simpele story’s: roman in 29 vertellingen. Met 29 verhalen als bouwstenen bouwt hij een roman op met als thema het leven en werken, beminnen en teleurgesteld worden in een Oost-Duitse stad na de Wende. Iedereen moet zich aan de nieuwe situatie aanpassen en proberen een nieuw bestaan op te bouwen. Verscheidene personen duiken in meer verhalen en andere omstandigheden terug op. Het wordt de lezer niet altijd gemakkelijk gemaakt: 38 personen spelen een belangrijke rol. Ze zijn door huwelijk, familiebanden, vriendschap en liefdesrelaties positief met elkaar verbonden, maar er zijn ook werkrelaties, economische en sociale netwerken, en een breed palet van negatieve gevoelens en handelingen: zware conflicten, haat, scheiding en ontslag... Dat al die vervlechtingen en netwerken tot een roman uitgroeien, ligt aan het feit dat er een veel grotere graad van verbondenheid tussen de personages is dan in het ‘echte leven’. Het maakt de lectuur van dit boek tot een ingewikkeld maar bijzonder boeiend avontuur.
De samenhang tussen de verhalen doet denken aan de film ‘Short cuts’, die gebaseerd is op de kortverhalen van Raymond Carver, en dat is geen toeval want blijkbaar is het Schulze dan toch gelukt, dichter bij zijn ‘onbereikbare ideaal’ te komen. In een artikel in de ‘Süddeutsche Zeitung’ schrijft hij: “Toevallig las ik na het afsluiten van mijn eerste manuscript [33 ogenblikken] Raymond Carver. Opeens zat er een toon in mijn hoofd, waarmee ik mijn eigen heden kon vatten. Door de stijl van de korte verhalen van Hemingway of Carver toe te passen op de Oost-Duitse provincie na 1998, kon ik iets meedelen wat me daarvoor niet helemaal lukte.’

Nieuwe levens

Aan zijn volgende boek werkte Ingo Schulze heel lang. Het verscheen pas in 2005 en kreeg de titel Neue Leben: Die Jugend Enrico Türmers in Briefen und Prosa, herausgegeben, kommentiert und mit einem Vorwort versehen von Ingo Schulze (vert. Nieuwe levens). Een “Deutschlandmärchen aus jüngster Vergangenheit” noemde Thomas Steinfeld in de ‘Süddeutsche Zeitung’ die nieuwe roman. Net als in Simpele Story’s draait het allemaal om de transformatie van de samenleving na de val van de muur. Ook nu weer heeft de auteur een web van perspectieven geweven, bijeenhouden door het personage Enrico Türmer (vrij vertaald: hij die hem smeert), een schrijver en theatermaker die zich ontpopt als een succesvol zakenman. Schulze is niet de hoofdpersoon uit zijn boek, al komen hun antecedenten grotendeels overeen. Schulze heeft Enrico’s droom verwezenlijkt en is schrijver geworden en wil onderzoeken wat het Westen heeft aangericht in Oost-Duitse hoofden. Over Nieuwe levens zegt hij: “In eerste instantie wilde ik slechts een novelle schrijven over de schooltijd in de DDR, maar al snel begreep ik dat als ik het over het Oosten wilde hebben, ik ook over het Westen moest schrijven. Voor mij was het vooral belangrijk om de wereld van woorden van het Oosten af te zetten tegen de profane westerse wereld van het getal. Wat gebeurt er met iemand die plotseling in een cultuur terecht komt waarin alles draait om verkoopcijfers, om advertenties, kortom: om geld?” Türmers geromantiseerde beeld van het Westen is ook voor Schulze zelf heel herkenbaar. “Natuurlijk was ik blij dat de Muur verdween”, zegt hij, “maar het werkte ook verlammend. Met de Berlijnse Muur en de DDR verdween ook het Westen van het toneel. Mijn Westen, het sprookjesachtige Westen van mijn jonge jaren, hield in 1990 definitief op te bestaan. Plotseling leek het alleen nog belangrijk om financieel het hoofd boven water te houden. In die zin zit ik zelf eigenlijk nog steeds achter het IJzeren Gordijn. Dat is geen waardeoordeel over het Westen, maar eerder zelfkritiek. De mentaliteit van het Oosten zit er nog steeds een beetje in bij mij.” Enrico Türmer geeft zijn schrijversschap op, nadat hij er heel lang mee geworsteld heeft. Ook Schulze zegt dergelijke schrijversworstelingen te hebben doorgemaakt. “In de herfst van 1989 heb ik tot drie keer toe geprobeerd om een roman te schrijven over de omwentelingen van die periode. Maar alles wat ik schreef kwam me voor als banaal. De hele situatie leek in ’89 zo vanzelfsprekend. Maar vanzelfsprekendheden maken helaas geen roman.”

Handy

Twee jaar later ligt er een nieuw boek van Ingo Schulze, dat meteen ook de prestigieuze Preis der Leipziger Buchmesse kreeg: Handy: Dreizehn Geschichten in alter Manier. De titel van de verhalenbundel verwijst naar het Duitse woord voor een mobiele telefoon, en de ondertitel, ‘op ouderwetse wijze’, lijkt te bestaan in het vinden van de eenvoud in de verhalen. Meestal kiest Schulze voor het ik-perspectief, vaak ook het perspectief van een auteur, en een keer zelfs dat van een auteur die net een boek met de titel Nieuwe levens gepubliceerd heeft en met de vertaalster van zijn verhalenbundel Simpele story’s praat. Natuurlijk zou je in de val trappen als je zou geloven dat Ingo Schulze hier over Ingo Schulze schrijft, maar hij gebruikt wel zijn eigen ervaringshorizon. Geregeld staan er zinnetjes in als “mehr kann ich dazu nicht sagen” of “ich kann Ihnen nur das Drumherum beschreiben”: Schulze speelt met de onzekerheid van zijn mannelijke verteller, door bij het allereenvoudigste vocabularium te blijven, maar in die heel eenvoudige woorden drukt hij veel meer uit dan menig groot, maniëristisch schrijver.

Ingo Schulze: Nieuwe levens : de jeugd van Enrico Türmer in brieven en proza, Meulenhoff Amsterdam, 2007, 650 p. , € 29,9. ISBN 9789029078108. Vert. van: Neue Leben door Meijerink, Gerda / Posthuma, Ard. Distributie: Standaard uitgeverij
Bestel dit nummer of abonneer u op de Leeswolf
print  deze pagina printen of opslaan   print  stuur deze pagina door
© 2010 | vlabin-vbc vzw | another cms by dataweb