![]() |
|
|
de leeswolf, 2008, nr. 1 / februari
Bladspiegel (1)
Lezen en niet lezen / door Eddy Bettens
Een bekentenis: veelgeprezen boeken als Tirza (Arnon Grunberg) en Het schervengericht (A. F. Th. Van der Heijden) heb ik niet gelezen, de Monstertrilogie van Tom Lanoye of Zwerm van Peter Verhelst ook al niet, Liefde in tijden van cholera van Marquez evenmin. (Ik doe maar een greep.) Al die boeken heb ik ooit doorgebladerd, ik heb er kritieken over gelezen en meningen over gehoord. Zonder wroeging heb ik ze vrienden en kennissen aan- of afgeraden. Waarom ook niet? Ze dolen als schimmen in mijn lezersbewustzijn rond bleek, maar niet anoniem. Ik heb ze niet gelezen, maar ik kan er best iets over vertellen.
"Zoveel boeken," zuchtte Karl Kraus ooit. "Waar haal ik toch de tijd vandaan om ze niet te lezen?" Kraus ironie verbergt een waarheid: ook niet lezen kost je tijd en energie. Van miljoenen titels zul je er hooguit enkele honderden kunnen lezen. Elke leesbeslissing is een gok. Een verkeerde gok kost je dure leestijd en schaarse mentale energie. Om de kansen op een juiste gok te verhogen, moet je weet hebben van duizenden titels die je misschien ooit zou kunnen lezen. Weet hebben van, dat betekent onder meer: flapteksten lezen, boeken doorbladeren in de boekhandel of in de bibliotheek, de boekenbijlage lezen, luisteren naar wat vrienden je over hun lectuur vertellen. Terwijl je druk bezig bent niet te lezen, ontstaat in je hoofd een fantoombibliotheek van virtuele boeken. Zon ongelezen schaduwbibliotheek heeft iedereen. "Vaak ken je boeken zonder ze te hebben gelezen," zei Roland Barthes in 1975 in een interview. "Er doet zich een soort culturele osmose voor. Je moet ook niet de slaaf worden van de letterlijke lectuur van een boek. Een boek heeft een ander leven dan dat van de letter: het duikt op in conversaties, in reacties van vrienden; boeken bestaan ook op die manier." Soms blaas je een schim uit je fantoombibliotheek leven in. Je begint te lezen, het boek krijgt kleur, wordt vlees en bloed. Maar daarna? Musils De man zonder eigenschappen heb ik twee keer gelezen, alle 2000 paginas. Als je een dagtaak en andere besognes hebt, betekent dat al snel dat je enkele maanden met die roman leeft. Mijn beeld van dat boek, acht jaar na de laatste lectuur: flarden van scènes, enkele gedachten, enkele citaten, een onverwisselbare toon, een mentale houding en (vrees ik) vooral: ideeën en meningen over Musil die ik de voorbije acht jaar bij anderen heb gelezen. De man zonder eigenschappen is weer een fantoom geworden. Wie ouder is dan veertig en zich met een gemiddeld geheugen moet zien te redden, heeft vast al meegemaakt wat Montaigne aan het eind van de 16e eeuw beschreef: "Mijn geheugen is zo abominabel slecht dat ik meer dan eens een boek als nieuw en mij onbekend ter hand heb genomen dat ik een paar jaar eerder aandachtig gelezen en met aantekeningen bekrabbeld had." Lezen is vergeten. Je doorkruist een uitgestrekt sneeuwlandschap; achter je sneeuwen je voetstappen alweer onder. Terwijl je leest, denk je aan iets anders, je slaat passages over, kijkt op, mijmert weg, bedekt de tekst met associaties en herinneringen. Wat je op de linkerpagina las, is je alweer ontschoten. Een integraal beeld van de tekst krijg je nooit, niet terwijl je hem leest, maar daarna al evenmin. Montaigne nam zijn toevlucht tot een geheugensteuntje: op het laatste blad van elk boek noteerde hij "wanneer ik het heb uitgelezen en wat ik er in grove trekken van gevonden heb: zo kan ik mij tenminste voor de geest halen welke indruk het op mij heeft gemaakt en hoe de auteur globaal op mij is overgekomen." Het is een strategie die veel lezers zich eigen hebben gemaakt. Maar het blijft een nederlaag. Je berust erin dat je het boek vergeet; wat je je herinneren wilt, is de indruk die het toen op jou heeft gemaakt. Jaren later wordt zon notitie vaak even vreemd en onbegrijpelijk als een raadselachtige streep in de kantlijn. Wat vertelt zon streep je? Dat je een passage kennelijk tegen het vergeten wilde behoeden. Maar waarom je dat wilde, dat weet je niet meer. Misschien vond je ze mooi, misschien irriteerde ze je, misschien deed ze je aan iemand denken. Wat te doen? Je kunt natuurlijk proberen om het integrale beeld van de tekst zo dicht mogelijk te benaderen, door hem te blijven herlezen en intensief te bestuderen. Maar de tijd is krap: zelfs professionele lezers kunnen hooguit enkele boeken zon studie gunnen. Ook zij zijn zoals iedereen vooral niet-lezers. Ook hun bibliotheek is een fantoombibliotheek, vol boeken die ze ooit hebben doorbladerd, waarover ze iets hebben gelezen of gehoord, die ze ooit hebben gelezen maar allang weer zijn vergeten. In de lente las ik Paarden stelen, een roman van de Noorse schrijver Per Petterson. Het is een van de mooiste boeken die ik het afgelopen jaar heb gelezen, maar het zou me erg moeilijk vallen er een samenhangend beeld van te schetsen. De plot is natuurlijk allang verzwolgen. De hoofdpersoon herinner ik me nog, zijn laconieke toon, enkele bedenkingen over de tijd, over de herinnering, over verraad. Als een erg bleke schim leeft die mooie roman in mij voort. Misschien is mijn vergeten een verraad: ik ben tekortgeschoten, heb het boek kennelijk niet de aandacht en het respect gegeven die het verdient. Maar zo voel ik het niet. De oudere lezer die ik word, stel ik me graag nonchalanter en toegeeflijker voor: ik zie hem als iemand die het vergeten leert te accepteren, zonder kramp, zonder schaamte of schuldgevoel. Misschien zal ik Paarden stelen ooit herlezen, misschien ook niet. Als ik nu aan de roman denk, denk ik aan de wrakstukken die niet verzwolgen zijn en vraag me af waarom ze bleven drijven. Dat is genoeg. Op een van de eerste paginas, merk ik nu, heb ik een paar zinnen aangestreept: "Ik wil er de tijd aan besteden die ervoor nodig is. Tijd is nu belangrijk voor me, stel ik me voor. Niet dat hij snel of langzaam moet gaan, maar puur als tijd, als iets waarin ik leef en wat ik vul met fysieke dingen en activiteiten waarmee ik hem kan indelen, zodat ik me hem bewust wordt en hij niet verdwijnt zonder dat ik het merk." Vaag herinner ik me waarom ik die zinnen aanstreepte: omdat ze ook de tijd beschrijven die ik aan lezen besteed tijd die verdwijnt terwijl je het merkt. Bestel dit nummer of abonneer u op de Leeswolf
|
|
||||||||
| © 2010 | vlabin-vbc vzw | another cms by dataweb |