![]() |
|
|
de leeswolf, 2008, nr. 2 / maart
Bladspiegel (2)
Reader's block / door Eddy Bettens
(voor i.)
Het is weekend en je agenda is blanco. Geen overwerk, geen vergaderingen, geen etentjes bij vrienden. Eindelijk tijd om te lezen: een van de boeken die je de voorbije weken in huis hebt gehaald, bijvoorbeeld. Daar heb je naar uitgekeken. Het is zondagochtend, buiten woedt een herfstige winter, de leeslamp schijnt behaaglijk. Je drinkt je ochtendkoffie, pakt een boek van het stapeltje aanwinsten, bladert wat, leest hier en daar een passage. Je pakt het volgende boek, en het volgende. En je doet een onthutsende vaststelling: je hebt er geen zin in. Geen zin in de gloednieuwe roman van X (de favoriete schrijver van wie je alles hebt gelezen), geen zin in het zo lang nagejaagde debuut van Y (de golf van euforie toen je het in een antiquariaat ontdekte!), geen zin in de vele halfgelezen boeken die in je kast staan. Verveeld monster je de ruggen van je boeken: je hebt niet eens zin om iets te herlezen. Al die boeken, en niets dat je leeshonger opwekt. Dat je geen zin had in een boek, dat is je wel vaker overkomen. Je herinnert je de troosteloze tijd van de verplichte lectuur, opgelegd door leeslijstjes, canons, opdrachten, sociale druk dat de lectuur je opgedrongen werd, volstond om het aantrekkelijkste boek van zijn glans te beroven. Je herinnert je de eindeloze stroom knullige, onbenullige boeken. Lezen is een plezier, jazeker, maar dat plezier is veeleer de uitzondering dan de norm: de meeste boeken zijn niet eens slecht (dan waren ze misschien nog boeiend), maar vooral suf, duf en muf, en zoals elke lezer heb je strategieën ontwikkeld om ze snel te herkennen en uit de weg te gaan. Die tegenzin van vroeger betrof altijd bepaalde boeken, nooit het lezen zelf. Bij een readers block is dat anders. Zoals elke vorm van verveling is het een paradoxale toestand van halfhartig verlangen naar verlangen. Je verlangt ernaar te verlangen naar een boek dat je verlangen zou opwekken het te lezen: in die lachwekkende vicieuze cirkel dobber je lusteloos rond. Een overgangsfase is het, waarvan je vooraf nooit weet hoelang ze zal duren. En zoals een overweldigende ontmoeting met een vrouw je plotseling kan doen beseffen dat je eigenlijk al een hele tijd op haar aan het wachten was, al die doffe maanden van gemaskeerde lusteloosheid, zo doet een boek dat je eindelijk weer eens helemaal in beslag neemt, je beseffen dat je in een gemaskeerde readers block vastzat, al wekenlang, ook al was je routineus blijven doorlezen, in boeken waar je warm noch koud van werd. De middelbare lezer die je bent, raakt de jongste jaren wel vaker in zulke windstiltes verzeild. Je vraagt je af hoe dat komt. Je ontdekt een patroon: de boeken die zon readers block uitlokken, zijn altijd romans, en vaak zijn het brieven, dagboeken, documenten, essays, notities die je leesverlangen weer doen opgloeien. Je bent blij dat je Oorlog en vrede, De man zonder eigenschappen en A la recherche du temps perdu lang geleden al hebt gelezen: nu zou je er de moed niet meer toe hebben. Hoe komt dat? Ben je de energie en het concentratievermogen kwijt die je nodig hebt om wekenlang in een fictief universum weg te zinken? Heb je te veel romans gelezen, kijk je door de trucjes heen? (Je onderdrukt de neiging om evoluties in je persoonlijke leesgeschiedenis op te blazen tot symptomen van een hele cultuur, maar soms meen je die desinteresse voor de roman als gebanaliseerde, voorspelbare formule, als luchtdicht verpakte compositie ook om je heen te bespeuren.) Toen je jonger was, zorgde je ervoor dat je lectuur je verliefdheden weerspiegelde, ophelderde en verhevigde, maar toen je de vrouw leerde kennen die het stof uit je leven wegblies, heb je wekenlang niets gelezen, stel je niet zonder opluchting vast. (Je hield het met de onweerlegbare logica van de kalief die in de 7e eeuw de wereldberoemde bibliotheek van Alexandrië liet platbranden: boeken waarin je haar niet terugvond, waren ketters; boeken waarin je dat wel deed, waren overbodig.) Aan de weerbarstige ervaring van de werkelijkheid, merkte je, voegde literatuur voor jou maar weinig meer toe. Misschien kwam dat wel omdat je ze intussen in je bloedbaan had opgenomen? "Een boek moet de bijl zijn voor de bevroren zee in ons," schreef Kafka. Hoeveel zulke bijl-boeken ken je? Treffen ze je niet vooral als je jong en beïnvloedbaar bent? Is veellezen geen strategie om de splijtende ervaring van zulke boeken op te vangen, te dempen, te vermijden? Wat gebeurt er met het sublieme als je dat dagelijks consumeert, routineus als de ochtendboterham? Het zou onzin zijn te beweren dat jou nu minder interessante, belangwekkende boeken in handen vallen dan twintig, dertig jaar geleden maar wat belangwekkend is, is daarom nog niet overrompelend. Het wilde, vraatzuchtige lezen, dat jou soms met huid en haar dreigde te verslinden, lijkt getemd. Voor altijd? Alles gaat voorbij, ook deze aanval van readers block. Enkele dagen later moet je dringend een dossier afwerken, maar je steelt tijd om eindelijk die gloednieuwe roman van X aan te snijden, koortsig en opgewonden zelfs niets scherpt je leesverlangen zo aan als tijdgebrek. Maar je weet zeker dat de volgende windstilte al op je ligt te wachten. Erg vind je dat niet. Buien van verveling heb je altijd serieus genomen: ze gunnen je de tijd om uit te zoeken wat je echt verlangt, wat je echt interesseert en waarom je interesses verschuiven. Equipment for living, zo heeft de Amerikaanse criticus Kenneth Burke fictie ooit genoemd. Literatuur was voor jou ooit weidser en ruimer dan je eigen leven een ontgrenzende ervaring waaraan je je overgaf in de hoop jezelf te veranderen, een ervaring die je de smaak bijbracht voor verschillen verschillen in temperamenten, perspectieven, visies. Ooit was literatuur bigger than life, nu heeft ze een vaste plaats in je leven gekregen. Gelijkmoedig, maar niet zonder een vleugje melancholie, overweeg je de mogelijkheid dat die plaats steeds kleiner zal worden. Bestel dit nummer of abonneer u op de Leeswolf
|
|
||||||||
| © 2010 | vlabin-vbc vzw | another cms by dataweb |