![]() |
|
|
de leeswolf, 2007, nr. 2 / maart
Nagelezen (2)
Wanorde / door Joris Note
Op een dag in de 16e eeuw trekt Michael Kohlhaas, een eerbare paardenkoopman uit Brandenburg, naar de markten in Saksen. Bij de burcht van jonker von Tronka wordt hij onrechtmatig tegengehouden, hij moet tol betalen en een paspoort tonen dat hij niet heeft; als pand laat hij twee paarden achter, met een knecht om ze te verzorgen. Bij zijn terugkeer zijn de dieren er ellendig aan toe en is zijn knecht mishandeld en weggejaagd. Hij dient klacht in, in Dresden (Saksen) en Berlijn (Brandenburg), telkens zonder resultaat: familierelaties van de jonker spelen hun rol. Kohlhaas vrouw gaat in Berlijn een smeekschrift aan de keurvorst overhandigen, maar raakt daarbij gewond en sterft; het smeekschrift wordt verworpen. Kohlhaas wil nu wraak. Wordt hij een terrorist?
Met zijn knechten verwoest hij de boze burcht, er vallen meteen doden maar de jonker kan vluchten, naar Wittenberg, waar Kohlhaas en zijn aangroeiende bende dan herhaaldelijk brand stichten; ze bedreigen daarna Leipzig, en verslaan het legertje dat tegen hen uitrukt. Maar in Wittenberg bevindt zich ook Martin Luther, die via een plakkaat Kohlhaas streng veroordeelt. Dat is een keerpunt. De koopman, zelf luthers, zoekt ontredderd de hervormer op; deze zal de Saksische keurvorst vragen om Kohlhaas zijn klacht opnieuw te laten indienen en hem amnestie te verlenen. Aldus geschiedt. (Ook ik bevond me in Wittenberg. Het was de zomer van 1981, de DDR tierde nog volop. We kwamen uit Oost-Berlijn, voor een appel en een ei had ik daar een door Ernst Barlach geïllustreerde uitgave gekocht van Michael Kohlhaas, Heinrich von Kleists formidabele novelle uit 1810. In het ons toegewezen hotel zetten we de tv aan, er was een zwart-witfilm bezig. We zagen beelden van een historisch Wittenberg, pas geleidelijk aan beseften we dat we naar het verhaal van de paardenhandelaar zaten te kijken. Het bleek een prent van Volker Schlöndorff te zijn, uit 1969. We zullen het niet licht vergeten.) Kohlhaas wacht in Dresden op een gerechtelijke uitspraak, maar er vinden verwikkelingen plaats, met nieuw gekonkel van edelen. De amnestie wordt geschonden en de koopman veroordeeld, maar Brandenburg trekt zich zijn zaak aan. Het einde is dubbel en absurd de jonker moet naar de gevangenis, Kohlhaas ontvangt diep ontroerd zijn weer kerngezonde paarden... en wordt vervolgens wegens zijn gewelddaden terechtgesteld. Voor het zover is, dist Kleist nog een nevenintrige op: Kohlhaas blijkt een briefje te bezitten waarop een zigeunerin de toekomst van het Saksische vorstenhuis heeft voorspeld; de keurvorst probeert het te pakken te krijgen, maar te laat, zelfs voor vrijheid en leven staat Kohlhaas het niet af. Hij gebruikt het papiertje voor ultieme wraak, oog in oog met de verbijsterd bezwijmende vorst slikt hij het in, vlak voor zijn executie. Uit een oude kroniek, zo luidt de ondertitel. Inderdaad baseerde Kleist zich op authentieke bronnen, waar hij overigens vrij mee omspringt. Kroniekachtig is ook de zakelijke, min of meer objectieve vertelwijze; bovendien worden er een hoop (al dan niet echte) plakkaten en brieven geciteerd, wat het geheel een documentair karakter verleent. De historische verankering is onmiskenbaar: in een vroeg-modern klassenconflict strijdt een burger tegen adellijke willekeur. Maar hij zoekt iets wat ook wij hoog aanslaan rechtszekerheid, rule of law, of in zijn eigen woorden, der Schutz der Gesetze. Kohlhaas zaak overstijgt het individuele. Als hij klacht indient, is dat mede uit plichtsgevoel tegenover andere reizigers die lastiggevallen (kunnen) worden bij de burcht. Bovendien, de corruptie van het gerecht toont volgens hem de kolossale wanorde die er heerst in de wereld. Zijn wraak/opstand is niet gedachteloos, vooraf schrijft hij een juridisch besluit waarin hij “krachtens de hem ingeboren bevoegdheid†de jonker veroordeelt tot bijvoedering van de paarden. Hij neemt dus letterlijk het recht in eigen hand: als de normale instanties niet zorgen voor handhaving van het (natuurlijke) recht, dan kan de onderdaan die bevoegdheid overnemen. In latere verordeningen kent Kohlhaas zich vorstelijke macht toe, en uiteindelijk roept hij vanuit “de zetel van onze voorlopige wereldregering†het volk op zich bij hem aan te sluiten om een betere orde te vestigen. De razendsnelle overgang van een lokaal incident naar wereldomvattende toestanden heeft iets waanzinnigs. En beroezends. Het drama blijft echter tegelijk persoonlijk, of wordt het opnieuw dat blijkt vooral na Luthers interventie. Kohlhaas ging pas tot handelen over nadat zijn vrouw was omgekomen, en haar dood doet hem volhouden, dáárvoor wil hij genoegdoening. En dáárom kan hij niet ingaan op de oproep, eerst van de stervende zelf en later van Luther, om zijn vijand te vergeven. In de nevenintrige duikt de echtgenote geheimzinnigerwijs weer op: de zigeunerin lijkt sprekend op haar, draagt ook dezelfde naam; en ze raadt Kohlhaas aan, wel niet om te vergeven, maar toch om in ruil voor zijn leven het papiertje aan de keurvorst te overhandigen, ter wille van zijn kinderen. Maar Kohlhaas heeft liever dat die kinderen hun vader later prijzen voor zijn standvastige gedrag, hij vindt kennelijk zijn fysieke bestaan niet het allerbelangrijkste. Dat moeten we allicht fanatiek noemen. Fascinerend zijn, onder veel meer, de tegenstrijdige religieuze accenten. Enerzijds het evangelische beroep op vergiffenis: prachtig natuurlijk, maar het is, via de establishment-figuur Luther, ook verbonden met maatschappijbevestiging. Anderzijds wordt Kohlhaas voorgesteld als een wraakengel; hij ziet in de jonker een aartsvijand van alle christenen, en in zijn laatste verordening noemt hij zich stadhouder van de aartsengel Michaël. Megalomane bevrijdingstheologie, zo men wil; het doet ook oudtestamentisch aan. Na tweehonderd jaar vormen de honderd bladzijden van Kleists verhaal nog altijd een onmisbaar meesterwerk. Meeslepend en veelbetekenend, glashelder en aardeduister. In geen honderd jaar raak je erin uitgelezen of erover uitgedacht. Nico van Suchtelens vertaling van Michael Kohlhaas (Wereldbibliotheek, 1940) is nu verkrijgbaar via printing-on-demand, ook in de boekhandel Bestel dit nummer of abonneer u op de Leeswolf
|
|
||||||||
| © 2010 | vlabin-vbc vzw | another cms by dataweb |