![]() |
|
|
de leeswolf, 2005, nr. 6 / september
Door de lezer bestaat de roman
Willem G. Van Maanens overweldigend proza / door Jan Bettens
De Constantijn Huygensprijs van de Haagse Jan Campertstichting ging in 2004 naar het oeuvre van Willem G. van Maanen. Het begeleidende persbericht loog er niet om: “Hoewel alom gewaardeerd, mag Willem G. van Maanen gerust onze minst bekende grootmeester worden genoemd.” Na het lezen van o.a. Met de hand op het hart, de nu gebundelde heruitgave van vijf van zijn romans, begrijp je inderdaad absoluut niet waarom deze grote Nederlandse schrijver zolang en door zovelen (mezelf incluis) ongelezen is gebleven. De stiefmoederlijke behandeling van Van Maanen in literaire overzichten en door de boekenpausen kan enkel duiden op onwetendheid of onwilligheid, want zijn romans en verhalen zijn weerbarstige pareltjes van ongekende kwaliteit. Naast de meester die het sublieme spel speelt met de lezer (de ingenieuze structuren, de enorme gelaagdheid, de talloze referenties en symbolen…) is Van Maanen vooral een eigenzinnige verteller die je stijlvast en met humor genadeloos onderdompelt in de schemerzone tussen schijn en werkelijkheid. Kortom, de afgrond die het leven heet.
In zijn romans en verhalen die een periode van 52 jaar schrijverschap omvatten, vormt de complexe verhouding tussen waarheid en leugen ongetwijfeld de kern. Daarnaast zijn de oorlog, liefde en bedrog, vertrouwen en verraad, schijnheiligheid, Kafka en Freud enkele van de voornaamste thema’s, motieven of obsessies. In 1953 debuteert hij met Droom is ’t leven. In deze symbolisch genoemde roman leidt het verwarren van droom en werkelijkheid tot zelfmoord en de psychiatrie. Zo of erger vergaat het vele personages in Van Maanens werk. Het leven is dan ook niet om vrolijk van te worden, aldus de schrijver in een zeldzaam interview: “Het is geen onverschilligheid. Ik ben het met de wereld niet eens. Waarom word je in godsnaam geboren als je toch dood moet gaan. Het leven is een flauwe grap.” De Tweede Wereldoorlog (die hij actief meemaakte in het verzet) verklaart voor een deel zijn somber mensbeeld en zijn schrijverschap: “In en door de oorlog heb ik de mensen leren kennen, en mezelf. Ik heb geen vrolijk mensbeeld. Zonder de ervaring van de oorlog was ik, denk ik, nooit gaan schrijven.” Van Maanen maakt in vele van zijn romans en verhalen ook ‘gebruik’ van de oorlog, omdat de dingen precies dan sneller en heviger verlopen dan anders. In de vijf heruitgegeven romans uit Met de hand op het hart speelt de oorlog telkens een belangrijke rol. De dierenhater (1960), waarmee de nieuwe verzamelbundel opent, is een satirische roman over een rancuneuze oude journalist die terugkijkt op een episode uit het verleden, waarbij de oorlog de aanleiding van het verhaal vormt. De verbitterde oud-dagbladschrijver rekent in zijn raamvertelling af met het verleden en met zichzelf. Dat levert knetterend ironisch en sarcastisch proza op: “Nomen est omen; nu, een voorteken was het, een grotere stomkop dan Rotgans had er nooit uit een pasgeborene kunnen groeien. Ik ben blij dat hij voor mij gegaan is, dat is de enige vreugde die hij mij ooit bereid heeft en het is ook al het goeds dat ik van de dode weet te zeggen.” De dierenhater is oorspronkelijk trouwens opgedragen aan Marnix Gijsen, wiens knorrige, oude vertellers hem hier duidelijk hebben geïnspireerd. Ook in de heerlijk verontrustende roman Helse steen (1970), waarin incest, liefde, verraad, leugen en bedrog hoogtij vieren, is de oorlog nooit veraf. De gesproken biecht van de exhibitionistische fotograaf Bruno aan zijn lievelingsmodel omvat o.a. het verhaal van zijn moeder die tijdens de bezetting en na de verdwijning van de vader een joodse vriendin in huis opneemt. Als de moeder ontdekt dat zoon en vriendin het bed delen, verraadt ze haar aan de Duitsers. Daarna ontspint zich een verregaande incestueuze relatie. De oorlogservaring vat Bruno (met ongetwijfelde instemming van Van Maanen) als volgt samen: “Ze vroeg of ik een oorlogsgewonde was en om haar ter wille te zijn, zei ik maar ja, mijn geweten sussend met de theorie dat iedere overlevende van de oorlog zijn slachtoffer is.” Helse steen is zondermeer een indrukwekkend hoogtepunt. De eerste alinea zet meteen de toon: “Als kind wilde ik met mijn moeder trouwen, maar mijn vader zat ertussen en zo kwam het er niet van. Na zijn dood kreeg ik de kans, maar die liet ik glippen (gelogen, ik verzuimde hem), en het duurde nog tot ver in de oorlog voor ik mijn ideaal, of misschien was het al een dwanggedachte, kon verwezenlijken. Toen zij op haar beurt doodging was ik opnieuw vijf jaar gevorderd; ik vierde de dag daarop mijn volwassenheid met het opstellen van rouwkaartjes en het gevoel dat ik had afgedaan. Later heb ik dat tegengesproken, zoals je weet, maar dat is een ander verhaal.” Het excentrieke en wrede verhaal dat zich op de volgende bladzijden ontrolt, lees je ademloos en in één ruk uit. Inhoud, ritme, toon, structuur en stijl zijn perfect in balans en leveren een overdonderende leeservaring. De badinerende, provocerende, soms onderkoelde verteltrant staat in schril contrast met de heftige emoties en de intense ervaringen die door het verhaal schemeren. De obsessies, thema’s en motieven die Van Maanen zo kenmerken krijgen in het compositorische meesterwerkje hun juiste plaats. Samenvatten heeft geen zin, lezen is de boodschap. De gebalde en gecomprimeerde roman zit niet alleen vol onverwachte plotwendingen maar is tegelijkertijd zo gelaagd, dat het een schatkamer vormt voor literaire en andere exegeten. Verwijzingen naar Freud en Jung, metacommentaren, spiegelverhalen en andere verteltechnische ingrepen zijn legio, zonder dat het leesplezier een duimbreed moet wijken. Van Maanens visie op het schrijven, zijn romanpoëtica of kunstopvatting zo u wil, wordt in de romans en verhalen volop vertolkt door de vertellende personages. In de derde roman uit de verzamelbundel, De hagel is gesmolten (1973) doet de protagonist, een Nederlandse literatuurhistoricus verslag over zijn onderzoek in Rome naar het fascisme in literatuur en leven. Ook hij raakt alweer verstrikt in de schemerzone tussen realiteit en fictie, en doet enkele poëticale uitspraken waarin we Van Maanens opvattingen makkelijk herkennen: “Wat die wonderen en geheimen betreft, een schrijver mag die laten voor wat ze zijn; een roman stelt problemen maar lost ze niet op, mag ze niet oplossen.” Of nog: “ ‘Literatuur is een spel,’ doceer ik, ‘een spel met vormen, en de kunst is die vormen tijdig te vernietigen of althans te verwisselen, anders lopen we het gevaar dat ze ons gaan regeren. Onvolmaaktheid is het kenmerk van het ware.’” In de verhaalbundel Vertelde tijd gaat het als volgt: “De uitdrukking dat een schrijver zijn figuren tot leven brengt gaat voor mij in elk geval niet op: ik moet me juist van ze ontdoen. Ik verwek ze niet, ik dood ze. En tenslotte: een roman in formules, dat is mijn ideaal.” Over zijn structuralistische neigingen zegt de auteur zelf ergens: “Ik houd van ingewikkelde maar kloppende constructies. Een boek is een spel met strenge regels, maar het is óók een gevaarlijk spel. Je moet de vorm tijdig vernietigen…” Van Maanen vindt een happy end absoluut niet kunnen, want alleen de lezer kan een oplossing bieden voor het probleem dat de roman stelt. Pas door de lezer bestaat de roman. Zelfmoord, pedofilie, oorlog, liefde en verraad zijn de thema’s die in Hebt u mijn pop ook gezien? (1974) via verschillende vertelperspectieven op waarheid en fictie worden getoetst: “(Maar dat verzin ik misschien wel, mijn verhaal is trouwens een mengsel van Dichtung und Wahrheit, het ene kan nu eenmaal niet zonder het andere.)” Daarnaast vallen vooral de opvallende verwijzingen naar Kafka op. Niet alleen de naam van de hoofdfiguur, Franz K(äfer), maar ook diens gevecht met de maatschappelijke wurggreep roepen reminiscenties op aan de door Van Maanen bewonderde Franz Kafka. Dat doen wel meer verhalen (‘De bontjas’ uit Vrouw met Dobermann) en romans (Valsheid in geschrifte, of de vrouw met de schaar, Helse steen, De verspeelde munt) en zeker in het toneelstuk Een zondagmiddag in Hotel “Aksanischer Hof” waarin hij Kafka letterlijk opvoert als aangeklaagde. Volgens August Hans den Boef beweegt Van Maanens oeuvre zich tussen oorlog en Kafka, en is het zelfs op te vatten als een hommage aan de grote schrijver. Wat er ook van is, Kafka staat niet in de weg van de briljante Nederlander. Met zijn sober en helder proza (een evolutie die vanaf Helse steen is ingezet) vertelt hij verbluffend boeiende, ontwrichtende en bevreemdende verhalen. Ook in de afsluitende roman uit de bloemlezing Met de hand op het hart, is het meteen weer zover: “Ze sloeg haar benen open als een boek, en ik weet nog dat ik dacht: goed kijken Steiner, lees wat er staat — maar mijn ogen waren toen al slecht en ik was ook niet zo vertrouwd met wat de levende literatuur wordt genoemd.” De eerste zin van Het nichtje van Mozart (1983) is meteen raak en van daaruit ontwikkelt zich een verhaal over verleiding en verraad, over jaloezie en liefde, over vriend en vijand. Maar de lezer komt pas na het lezen van de drie perspectieven (de oude archivaris Steiner, een Nederlands schrijver en het nichtje Lotte) achter de ‘ware’ feiten. Een handige werkwijze om de lezer te misleiden, op het verkeerde been te zetten en tegenvoets te verrassen met aanvullende invalshoeken en onvermoede ontsluieringen. Deze ingenieus geconstrueerde roman vertelt een sombere boeiende en geloofwaardig lotsgeschiedenis. Tussendoor wordt de lezer voortdurend aan het twijfelen gebracht. De vertellers ondermijnen zichzelf en hun respectievelijke verhalen: “Allemaal ijdelheid, of onmacht, want wijs mij eens de schrijver die de kans ziet zoiets eenvoudigs als de geur van gras te beschrijven, de kleur van ijzer of de kiespijn van een mens. Gevoelens, ja, daarmee kan hij bladzijden vullen want hij heeft ze zelf bedacht, maar laat hem nu eens exact het allerkleinste stukje van de niet bedachte maar bestaande werkelijkheid weergeven, hij laat het afweten. Ik heb het niet over het realisme in de literatuur, ik heb het juist over de verbeelding: de smaak van water beschrijven zodat de lezer die het niet kent het op zijn tong proeft. Het zal de schrijver niet lukken.” Het pijnlijke besef van het onvermogen van de taal om de werkelijkheid te beschrijven en de daaruit vloeiende zelfrelativerende schrijfhouding is in zijn oeuvre sterk aanwezig. Zelfs in zijn extreemste vormexperiment toont Van Maanen zich een voortreffelijk en intrigerend auteur. Een eilandje van pijn (1981) is een poging om aan de beperkingen van het romangenre te ontsnappen. Het is roman en dagboek in één, op de linkerkant lezen we het dagboek, op de rechterkant de roman. Bovendien blijkt het verhaal ook nog te spiegelen met een toneelstuk van de Zwitser Max Frisch. Over de roman zegt hij in het begin van het dagboek: “Het zal over leugen en bedrog gaan, over het gesol met de waarheid kortom, dat is alles wat ik weet. Daar zal ik de oorlog bijhalen, omdat die het klimaat voor het begaan van leugen en bedrog gunstig beïnvloedt…” Hij houdt belofte. Dit overzicht doet nauwelijks recht aan Van Maanens overweldigende, compacte, beheerste en suggestieve proza. Daarvoor mis je hier de leeservaring die zijn werk net zo uniek maakt. Vreemd overigens dat een auteur die van zijn boeken schatkamers vol parallellen, spiegelingen en verwijzingen heeft gemaakt en die bovendien lovende kritieken en verschillende literaire prijzen mocht ontvangen, in academische en literaire kringen nauwelijks onderwerp is geweest van enige grondige of uitgebreide studie. De bijdragen van o.a. Willem Jan Otten over Helse steen (in De letterpiloot) en J.H. de Roder (n.a.v. de uitreiking van de Jan Campertprijzen in 2004) zijn boeiende aanzetten tot een ‘nieuwe’ of diepere lezing van Van Maanen. Willem G. van Maanen heeft tot nu toe een consistent, atypisch en intrigerend oeuvre bij elkaar geschrapt. Naast de romans en de dikwijls prachtige en eigenzinnige verhalen uit Vertelde tijd, Vrouw met Dobermann en Alle verhalen heeft Van Maanen ook een toneelstuk en een bewerking op zijn naam. Tot aan zijn pensionering in 1983 schreef hij bovendien teksten en hoorspelen voor de Nederlandse radio. De gelaagdheid, het formalisme, de symboliek en de referenties zitten in de schriftuur van deze grootmeester ingebakken. Maar de talloze verwijzingen, de dieptepsychologische theorieën, de verteltechnische en compositorische hoogstandjes lopen het leesplezier hoegenaamd niet voor de voeten. De superieure ironie, het bijtende sarcasme, het vileine en genadeloze cynisme en de latere bittere en berustende humor helpen het drama te verteren. De magistrale verteller weet de lezer altijd te onderhouden met zijn verrassende, wrede, aliënerende en fatalistische verhalen. Van Maanen lezen is genieten en een verplichting. Herlezen een plezier en een aanrader. Willem G. van Maanen: Alle verhalen, De Prom Baarn, 2003, 367 p. , 24,9 euro ISBN 90-6801-846-9. Distributie: Veen Bosch en Keuning Willem G. van Maanen: Met de hand op het hart : vijf romans, Veen Amsterdam, 2005, 508 p. , 27,5 euro. ISBN 90-204-0710-4. Distributie: Veen Bosch en Keuning Bestel dit nummer of abonneer u op de Leeswolf
|
|
||||||||
| © 2010 | vlabin-vbc vzw | another cms by dataweb |