naar startpagina
"Het schrift vormt enkel de partituur van de aria die de lezer moet zingen." Francisco Umbral
“Lezen lijkt soms een exercitie om oprechtheid, moraal en waardigheid hoog te houden, juist op grond van het besef dat overal ter wereld voor deze begrippen elke grondslag onverbiddelijk ontbreekt.” Anneke Brassinga
"Voordat ik de krant van vandaag inkijk, moet ik eerst nog even het Oude Testament lezen, het Symposium van Plato, de Odysseia van Homerus, de Metamorfosen van Ovidius en de Koran." Leonard Nolens
“Het lezen geeft ons toversleutels om diep in ons de deur te openen van vertrekken waar we zelf niet hadden kunnen komen” Marcel Proust
“Men schrijft op louter het puntje van het weten, op het uiterste puntje dat ons weten scheidt van het niet-weten, en dat het een doet overgaan in het ander.” Gilles Deleuze
de leeswelp,  2005,  nr. 2 / maart
"Ik wil blijven verrassen"
Gesprek met Daan Remmerts de Vries / door Mirjam Noorduijn
Daan Remmerts de Vries. Veelzijdig auteur. Schrijver van o.a. Godje (2003), de novelle over de pesterige dagdromer Robbie Nathan die hunkert naar heldendom, De ontdekkingsreizigers (1997), het verhaal over een jongetje dat een zonderlinge fantast op zijn flatdak ontmoet en leert over het bestaan van het fantasieland Poedidrien en het met een Vlag en Wimpel bekroonde Willis (1999), over Willis die engelen in bomen ziet en niets liever wil dan vliegen, zoals zijn overleden broertje Thomas.
Daan Remmerts de Vries: voormalig tekendocent, natuurliefhebber, als jongetje verwoed fossielenverzamelaar en gedreven muzikant die lange tijd een droom koesterde roem te vergaren als popartiest, maar die na een vergeefse rondgang langs Britse muziekstudio’s met Zippy en Slos (1990) debuteerde en uiteindelijk kinder-boekenschrijver, prentenboekenmaker (o.a. Blote Beer 1998) illustrator (o.a. Mijn tuin, mijn tuin uit 1996 met tekst van Ted van Lieshout) en auteur voor volwassenen (IJspaleis, 2003) werd. Remmerts de Vries: ‘Ik zou niet weten wat ik anders zou moeten doen met mijn leven’.

In het najaar verscheen Remmerts de Vries’ 26e kinderboek: De Noordenwindheks. Op de rommelige houtenkeukentafel waaraan wij plaats nemen liggen twee stapeltjes van deze nieuwe, originele roman, die onmiddellijk opvalt door zijn twee voorkanten. Voorkanten die weliswaar verschillen, maar door hun grote gelijkenis en zelfde titel onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Eén boek met daarin zowel het levensverhaal van de doodzieke elfjarige Mori Brunél alsook dat van de ernstig zieke elfjarige Rifka Verdigaal.
Toevallig kruisen Mori’s en Rifka’s levenspaden elkaar in een ziekenhuiskamer, waar hun stemmen elkaar ‘ergens’ ontmoeten tussen hun, door een grijs gordijn, gescheiden bedden. Een gordijn dat Remmerts de Vries in het hart van het boek heeft getekend en ‘opgehangen’ zodat je je realiseert dat de kinderen zichzelf, elkaar én hun vriendschap met woorden maken. En dat ieder verhaal vanuit verschillende perspectieven verteld kan worden en daarmee een ander verhaal wordt.
Trots blikt Remmerts de Vries naar de opgestapelde ‘Noordenwindheksen’ op zijn keukentafel: ‘Ze verkopen goed, vertelde de uitgever mij. Waarschijnlijk nog steeds de nasleep van de Gouden Griffel die ik voor Godje heb ontvangen. Zo’n Griffel heeft een enorme invloed op de verkoopcijfers. Daarom heb ik best de pest in dat De Noordenwindheks niet genomineerd is voor de Gouden Uil. Daar had ik écht een beetje op gehoopt. Vooral omdat het één van mijn meest aandoenlijke, roerende boeken is’.
Of De Noordenwindheks ook het beste boek is wat Remmerts de Vries tot nu toe heeft geschreven? ‘Het beste?’, klinkt het twijfelachtig. ‘In ieder geval is het mijn ontroerendste boek. Ik weet heel goed in hoeverre mijn werk geslaagd is. En De Noordenwindheks is absoluut geslaagd. Ja, het is wel één van mijn beste boeken’.
Bewust koos Remmerts de Vries voor de originele vorm van De Noordenwindheks. Het risico dat nu slechts één van de twee verhalen gelezen wordt, vindt hij geen probleem. “Dat mag”, aldus Remmerts de Vries. “Aan de lezer de keus óf beide verhalen gelezen worden en met welke te beginnen. Jongens beginnen overigens meestal met Mori en meisjes met Rifka. Maar dit terzijde. Natuurlijk had ik ervoor kunnen kiezen de verhalen van Mori en Rifka op klassieke wijze dooreen te vlechten, zoals in De ontdekkingsreizigers. Daarin vertelt de zonderlinge Jan-Willem verhalen over het onbekende land Poedidrien, nieuwe verhalen in de oorspronkelijke vertelling. Ik heb gemerkt dat kinderen deze vorm als moeilijk ervaren. Ze zijn snel afgeleid en haken af. De Noordenwindheks wilde ik eenvoudiger houden. Daarom koos ik voor één boek met twee afzonderlijke vertellingen die uiteindelijk samenkomen en elkaar versterken. Met deze vorm creëerde ik bovendien ruimte voor mijzelf om twee heel verschillende persoonlijkheden te scheppen die op zoek gaan naar een verklaring voor hun ellende en daardoor elkaar, maar vooral zichzelf door hun eigen stem leren kennen. Elk verhaal is een soort ‘monologue intérieur’. Eigenlijk is De Noordenwindheks een pleidooi voor eigenheid”.
Behalve de vorm van het verhaal moeten ook de woorden en zinnen voor de beoogde doelgroep duidelijk en helder zijn, vindt Remmerts de Vries. “Ingewikkelde woorden als bijvoorbeeld protocol vermijd ik. Ik richt mij heel bewust op de leeftijdsgroep voor wie ik vooraf bedacht heb het boek te schrijven. In mijn gedachten stel ik mij kinderen voor aan wie ik mijn verhaal vertel. Dan zoek ik naar een passende vorm, neem de mogelijkheden door en kies een zo origineel mogelijke invalshoek, waarna het schrijven en eindeloos herschrijven volgt. Tijdens dat proces laat ik mij soms verrassen door de hoofd personages en neemt de plot een andere wending dan aanvankelijk gedacht.
De afloop ligt wel min of meer vast. Althans, in mijn kinderboeken. Want uiteindelijk moeten kinderboeken troost bieden. Eigenlijk altijd. Doodgaan mag, maar de lezer moet het boek dichtslaan met een troostrijke gedachte. In De Noordenwindheks sterft Rifka, maar omdat ze Mori’s beschermengel wordt en haar verhaal als een terugblik vertelt leeft ze toch voort; op een plek waar geen tijd is en waar ze nooit meer hoeft te wachten tot het beter wordt. Ongelukkig kan ze daar niet zijn. Veel kinderen houden zich bezig met de vraag wat er na de dood komt. Ik vertel dat doodgaan niet altijd verdrietig is en maak een zwaar onderwerp licht. In De Noordenwindheks verklap ik enigszins het mysterie na de dood, maar geef de lezer tegelijkertijd en zonder vaag te worden genoeg ruimte zelf het mysterie vorm te geven. Kinderen willen houvast. Ik geef ze die”.
Ook in De ontdekkingsreizigers visualiseert Remmerts de Vries een mogelijk hiernamaals. Wanneer de oude zwerver Jan-Willem sterft vertrekt hij naar het door hemzelf verzonnen land Poedidrien. Een naam die Remmerts de Vries door een droom is ingegeven en staat voor een mooi, veilig land dat de jonge verteller vanuit Jan Willems verhalen en zijn koortsdromen kent en waar hij misschien wel werkelijk is geweest. Net als Rifka blijft Jan-Willem leven en is er troost. ‘Zul je aan me blijven denken?’ vroeg Jan-Willem. Ik knikte. ‘Dat is belangrijk,’ zei Jan Willem. ‘Dan ben ik er toch nog’.
Het is een filosofische gedachte, eenvoudig en treffend verwoord. Remmerts de Vries deinst er duidelijk niet voor terug grote levensvragen in zijn werk te thematiseren. Dat doet hij in Willis. En Godje, waarin Robbie Nathan de afsluitende woorden spreekt: “Als je níéts gelooft, als je alleen maar gelooft wat je met je eigen ogen ziet, dan is alles…zo kaal…Je móét gewoon iets geloven”. Zelfs Remmerts de Vries zijn personage Olivier, één van de brugklassers uit Zuideroog waarover je kunt lezen in de toegankelijke, door verschillende auteurs geschreven, soapachtige Vlinder-serie, (Remmerts de Vries: “Eigenlijk houd ik niet van series, elk boek moet uniek zijn, maar het concept van vier kinderen uit hetzelfde dorp die samen in de brugklas zitten vond ik een aardig uitgangspunt”), wil weten of er een god is.
Waarom deze zware thematiek? “ We leven in een tijdperk van grenzeloos materialisme. Kinderen worden materialistisch gemaakt door hun omgeving, ze zijn het niet van nature. Met mijn verhalen wil ik tegenwicht bieden. Ik wil kinderen stof geven om over na te denken”. Remmerts de Vries lacht. “Stiekem ben ik een wereldverbeteraar. Ik ben zelfs bezig met het schrijven van een echt maatschappijkritisch boek. Voor volwassenen. Veel filosofischer dan IJspaleis, mijn eerste volwassenenroman”.

Wat verder opvalt in Remmerts de Vries’ boeken zijn de dromerige, fantasierijke, eenzame jongetjes. Hoe het komt dat zijn karakters vaak eenzaam zijn? Het antwoord is een wedervraag: “Welke karakters in kinderboeken zijn niet eenzaam? De eenzame personages zijn de moeite waard om over te schrijven. Bovendien schrijf je over wat je ervaren hebt. Ik was een verlegen jongetje. Ik voelde mij niet eenzaam, maar was vaak alleen. Ik tekende, verzamelde fossielen en las boeken als De Kleine Prins, Paul Biegels De tuinen van Dorr en Godfrieds Bomans zijn sprookjes en Eric of het klein insectenboek. Daarna ben ik in één keer Kafka gaan lezen. De olijke jongensboeken mochten wat mij betreft in vlammen op gaan. Ik was geen type voor het avonturenboek. Nog steeds niet. Dus eenzame jongetjes. Ja, je vindt die dagdromers terug in mijn werk.
“Ik was als kind een beetje zoals Willis in Willis: De schuchtere fantast binnen een driemanschap. Had Willis’ verlangen om te leren vliegen en maakte zelf vliegtuigjes. En als Mori uit De Noordenwindheks heb ik hersenvliesontsteking gehad. Maar lang niet alles in mijn werk is autobiografisch. Het meisje Rifka staat ver van mijn jeugdervaringen af. Ik heb een kinderarts geraadpleegd en een ziekenhuis bezocht om Rifka geloofwaardig te maken. En ik heb nooit lijm gesnoven in de duinen en was niet op mijn zusje verliefd, zoals Olivier. Het minst autobiografisch is mijn boek De ontdekkingsreizigers. Daarin speel ik bewust met de tegenstelling ‘echt-niet echt’. Poedidrien is een fantasieland, maar beschrijf ik zodanig dat het de schijn van werkelijkheid oproept. Ik houd van dat werkelijkheidsspel. Niet van die clichématige flauwekul die je momenteel in veel humorloze ‘fantasy’ tegenkomt, maar van goede fantasy. Tonke Dragts Torenhoog en mijlen breed vind ik prachtig. Ik heb zelf ook een echt fantasy-boek geschreven. Dat boek ga ik nog wel eens aan een uitgever aanbieden”.
Dit nog niet verschenen boek bewijst dat Remmerts de Vries geen enkel genre ongemoeid laat. Voor Godje heeft hij een filmscript klaarliggen. Met een aantal ontwerpers werkt hij aan een heel persoonlijke strip voor volwassenen en voor Teleac heeft hij een nieuw prentenboek gemaakt over Moffel en Piertje, bekende karakters uit het Nederlandse schooltelevisieprogramma Koekeloere.
Remmerts de Vries’ productie van prentenboeken is de afgelopen jaren wel teruggelopen. “Het is een heel gevecht om prentenboeken uitgegeven te krijgen”, verklaart hij deze afname. “Ik heb best aardige prentenboeken gemaakt. Het tekstloze Blote Beer vind ik zelfs erg leuk en is samen met Ridder Prikneus mijn meest geslaagde prentenboek. Feit blijft dat je veel subsidie nodig hebt om een prentenboek te vervaardigen. Het aanbod van prentenboeken gigantisch. Veel concurrentie dus. Het schrijven van fictie heeft momenteel mijn voorkeur. Bovendien, je kunt niet alles tegelijkertijd doen als je kwaliteit wilt leveren”.
En kwaliteit daar streeft Remmerts de Vries naar. Een perfectionist? “Ja”, klinkt het gedecideerd. “Elk woord moet op zijn plaats staan. Als ik ontevreden ben over een passage blijft dat aan mij knagen. Ik schrijf uit irritatie. Pas als de ergernis ophoudt heb ik het gewenste resultaat bereikt. Daarna volgt natuurlijk nog het gevecht met de uitgever om de vormgeving, want ik wijk niet van wat ik in mijn hoofd heb. Het gaat mij niet alleen om de verkoop. Als mijn naam op een boek staan moet het eruit zien zoals ik het wil”.
Wat wij in de toekomst nog van hem mogen verwachten? “Wie weet schrijf ik nog eens een non-fictie boek over uitgestorven dieren. Ik sluit niets uit en blijf experimenteren. Eigenlijk doe ik wat ik leuk vind en waar ik zin in heb. Ik wil anderen, maar vooral mijzelf blijven verrassen. Je groeit en verandert als mens en ik wil dat de auteur, de kunstenaar in mij meegroeit. Ik waak ervoor niet afgezaagd te worden en blijf streven naar originaliteit. Ook al schrikt dat sommige lezers misschien af. Ik vind het heerlijk om op deze wijze met mijn werk bezig te zijn. In mijn eentje. Een persoonlijke uiting met als doel een signaal de wereld in te sturen. Ik zou niet weten wat ik anders zou moeten doen”.

Recensie:

Daan Remmerts de Vries: De Noordenwindheks

Bestel dit nummer of abonneer u op de Leeswelp
print  deze pagina printen of opslaan   print  stuur deze pagina door
© 2010 | vlabin-vbc vzw | another cms by dataweb