Verslag recensentendag De Leeswelp 2009
Op zaterdagmorgen 28 november trotseerde een talrijk publiek van o.m. De Leeswelp-recensenten, KJV-nominatielezers en een handvol auteurs de plaatselijke storm om de Recensentendag georganiseerd door Stichting Lezen en De Leeswelp bij te wonen. Ook onder het dak van de Antwerpse bibliotheek Permeke woedde een storm, of toch in elk geval een felle discussie. Na een verwelkoming door Stichting Lezen-directeur Majo de Saedeleer was het woord aan De Leeswelp- en De Leeswolf-hoofdredacteur Jen de Groeve. Zij beet als eerste spreker de spits af met haar lezing ‘Geef de literatuur terug aan de literatuur’, waarin zij vurig pleit voor een weloverwogen jeugdliteraire kritiek, die een ernstige, rechtmatige inbedding in het cultureel leven verdient. Lezen komt in onze tijd onder druk te staan: “Vroeger zou iemand die wilde doorgaan voor een cultuurbewust mens nooit hebben toegegeven dat hij niet las. Dit voorjaar liet de juryvoorzitter van de Gouden Uil op televisie verstaan dat lezen eigenlijk niet aan hem besteed is. Zoveel dus voor de status van de literatuur.” Een leescultuur waarin geen hiërarchie heerst, en “de onwetende meester” het voor het zeggen heeft, is voor niemand een goede zaak, in de eerste plaats niet voor de lezers. De huidige malaise in de jeugdliteratuur, die ook al o.m. door Karin Kustermans aan de kaak gesteld werd in De Leeswelp, bracht De Groeve tot twee kernvragen waarrond haar betoog opgebouwd was: “is […] de serieuze lezer aan het verdwijnen [..]? En daaruit voortvloeiend, is het beoordelen van boeken […] uit de tijd aan het raken?” De Groeve denkt in beide gevallen van niet, en schetst daarentegen aan de hand van de praktijk van de literaire tijdschriften hoe literaire kritiek kan bijdragen tot een goede leescultuur, met tevreden auteurs en tevreden lezers.
De tweede spreker, Jan Simoen, was het roerend eens met De Groeve: “Ik wil gerecenseerd worden”, zei die jeugdauteur, bekend van o.m. Met mij gaat alles goed; En met Anna? (De Leeswelp 2006, n. 1, p. 37) en Slecht (De Leeswelp 2007, n. 8, p. 317). Bevlogen sprak hij over hoe gefundeerde recensies en kritische prijzenjury’s hem uitdagen zelf zijn werk vanop een kritische afstand te bekijken en te evolueren als auteur. Simoen benadrukte ook het belang van recensies voor het lanceren van een schrijverscarrière: besprekingen in de media zetten een uitgever ertoe aan verder met een auteur in zee te gaan. Ook Simoen verwees naar de artikelenreeks van Kustermans, waarin zij schreef: “Chris Boudewijns [van WPG, nvdr] komt met een voorbeeld dat te denken geeft: “Hadden wij vijftien jaar geleden geen recensies gekregen voor de dierenverhalen van Toon Tellegen, dan hadden wij die nog altijd niet verkocht. Zo’n auteur zou het op dit ogenblik een pak moeilijker hebben.” Tot slot rondde de jonge Trouw-recensent Bas Maliepaard de lezingenreeks af met een overzicht van de literaire prijzen in Vlaanderen en Nederland, hun uitstraling, hun prijzenpot en de criteria die de jury hanteert. Maliepaard schiep klaarheid in de wildgroei, en deed uitspraken over al dan niet ondoorzichtige criteria; de voorkeur om een hoofdprijs uitsluitend naar een niet-vertaald, nationaal boek te laten gaan, en het achteroplopen van bekroningen voor illustratoren ten opzichte van auteurs. Voldoende voer voor interessante discussies achteraf, met een broodje en koffie in de foyer. An-Sofie Bessemans
|